Neerlandés → Inglés - voortbrengen

Pronunciación
v. produce, procreate, create, originate, make, generate, bear, beget, spawn, yield, give birth, gender, breed, engender

Neerlandés → Francés - voortbrengen

Pronunciación
1. (algemeen) générer
2. (landbouw) produire
3. (teweegbrengen) causer; occasionner; entraîner; amener; engendrer; susciter


dictionary extension

Conjugación verbo voortbrengen

Tegenwoordig en verleden deelwoord: voortbrengend; voortgebracht
Presens: breng voort, brengt voort, brengt voort (4e - 6e pers.) brengen voort
Imperfect: (1e - 3e pers.) bracht voort (4e - 6e pers.) brachten voort
Toekomende tijd I: zal voortbrengen, zult voortbrengen, zal voortbrengen (4e - 6e pers.) zullen voortbrengen
Conditionalis I: (1e - 3e pers.) zou voortbrengen (4e - 6e pers.) zouden voortbrengen
Perfectum:
© dictionarist.com